Burgervader in de krant
Als ik ’s avonds het stadhuis verlaat en over de ronde keitjes naar huis loop, die ze, wat ongemakkelijk, kinderkopjes noemen, groet ik de mensen die ik onderweg tegenkom. Vaak breekt er een glimlach door. “Dag burgervader, zware tas mee naar huis?” Het is die gemoedelijkheid, het gevoel van naoberschap, waardoor het lijkt alsof je iedereen kent. En eerlijk gezegd: ik voel me vereerd wanneer mensen mij burgervader noemen.
Maar wat is dat eigenlijk, een burgervader? En hoe ben je een goede? De meeste definities verwijzen naar de burgemeester van een dorp. En hoewel grote dorpen zich soms ergeren als ze geen stad worden genoemd, beschouw ik het – als burgemeester van een stad – juist als een compliment om met een dorp vergeleken te worden. Want als burgervader wil je, net als in een dorp, iedereen een beetje kennen.
Die burgervader moet in ieder geval toegankelijk zijn, staat in het profiel, waarmee de gemeenteraad van Zutphen en Warnsveld een nieuwe burgemeester zocht. Dat is meer dan “Mooi weertje, burgemeester – maar we kunnen wel wat regen gebruiken”. Het betekent ook: aanwezig zijn bij een demonstratie, vóór of tegen een COA-dienstencentrum, en tussen de mensen staan, ook als veiligheidsmensen daar zenuwachtig van worden. Juist dan wil ik luisteren. Een burgervader moet tegen een emotionele uitbarsting kunnen.
Natuurlijk moet de burgervader steun geven aan mensen die verdrietig en onredelijk door het leven worden gegrepen. Net zo goed als dat het meevieren van het feest niet gemist mag worden. Langsgaan bij een niet te bevatten tegenslag en op bezoek bij de vitale Rita en Hans die al 65 jaar liefde vieren. Vooraan staan in geval van crisis, zonder de brandweerspuit of de handboeien zelf vast te houden. Een toespraak houden namens onze gemeenschap bij een evenement of een herdenking. Het hoort er allemaal bij en kwam de afgelopen tijd ook allemaal voorbij.
En toch: ik heb nog lang niet iedereen ontmoet en niet iedereen kent mij. Dat betekent dat mijn agenda opnieuw op de schop moet. Minder achter het bureau, meer de straat op. En dat betekent ook: mezelf laten zien en horen. Bijvoorbeeld met een column in Contact, als de redactie dat ziet zitten (en gelukkig doen ze dat).
Voortaan kunt u hier de zielenroerselen van deze burgervader lezen. Als een inhoudelijke, doch hartelijke, groet op papier. Want het is een voorrecht om elkaar een beetje beter en van dichtbij te leren…